Eenzame Uitvaart #5

Norman Alcides Agudelo Gonzales
06 mei 1940 Hueyotlipan (Mexico) – 07 juli 2006 Utrecht (Nederland)

Dichter van dienst: Vrouwkje Tuinman
Verslag: Ruben van Gogh

Op 7 juli jongstleden overleed zeer ver van huis de 67 jarige Mexicaan Norman Alcides Agudelo Gonzales. Hij had bagage bij zich voor een reis van enkele dagen en verbleef in de Edisonstraat te Utrecht. Zijn dood is omgeven met de nodige geheimzinnigheid die tot in het Stadsblad is doorgedrongen: hij is onwel geworden op zijn logeeradres, waar hij volgens de bewoners ondergebracht was door iemand uit Amsterdam. In zijn hand hield hij een armband met Maria-hoofdjes geklemd, in het huis trof de politie benodigdheden aan voor de fabricatie van XTC. Hoewel in het bezit van allerlei officiële documenten, kon de gemeente Utrecht geen nabestaanden vinden in Mexico. De Mexicaanse overheid wilde geen zorg dragen voor een terugkeer naar Mexico, zodat een eenzame uitvaart in Utrecht overbleef.

Donderdagochtend 20 juli 9 uur, begraafplaats Daelwijck, Mexicaanse temperaturen, zo vroeg in de ochtend al. Dichter van dienst Vrouwkje Tuinman bewijst de heer Gonzales de laatste eer, in gezelschap van Nanne Nauta en ondergetekende als vertegenwoordigers van de Eenzame Uitvaart Utrecht. Daarnaast zijn er de begrafenisondernemer van Begrafenis- en Crematieverzorging Ouwerkerk met drie dragers en iemand van de begraafplaats zelf in een soort van uniform.

Op een rijdende baar in zijn kist ligt de overledene. Vrouwkje, Nanne en ik lopen er achteraan, vanaf de parkeerplaats waar hij is uitgeladen, in één keer naar zijn laatste rustplaats op een afgelegen stukje van Daelwijck tegen de ringweg aan. Ik wijs Vrouwkje en Nanne op de paarsige vlekken op de metalen beugels van de baar. “Hopelijk zijn het maar wijnvlekken,” fluistert Vrouwkje. Ook de ranzige vetvlek op het afhangende kleed houdt de verbeelding levend.

De uitvaartleider zelf maakt het allemaal goed door zonder spiekbriefje als een vloeiende vanzelfsprekendheid in één keer de volledige naam van de overledene te noemen bij het officiële moment aan het graf.

Na een buiging van de ter aarde bestellers stapt Vrouwkje naar voren. Net op dat moment komt een vuilniswagen luid ronkend het begrafenisterrein oprijden om daar de kilo’s met vergaan organisch versieringsmateriaal te ledigen. Een lichte geur van rotting drijft ons tegemoet als Vrouwkje het woord neemt.

Ze wordt tijdens haar voordracht opzichtig belaagd door hinderlijke horzelachtige insecten — wij allen trouwens. Toch leiden het gedicht en de voordracht tot een memorabel en goed moment rond de kist. Na afloop laat men die het graf in zinken en rijdt de vuilniswagen hortend en stotend weer weg.

Verslag © 2006 Ruben van Gogh

Goudsbloem

I.M. Norman Alcides Agudelo Gonzales

Hoe lang ik weg ben weet ik niet. Ergens voeren dampen me omhoog.
Tussen onbekende mensen spreek ik een verkeerde taal, niemand
hoort dat ik geen grappen maak. Ze zeggen ik kan beter blijven
liggen en ik vraag ze leg een altaar aan. Ik grijp me aan Maria vast.

Ze tilt me op en ik zie vrouwen broden bakken. Er is rijstemelk en
suikergoed, ikzelf nog klein plak plaatjes vast op crèpepapier.
Mijn vader neemt zijn hoed op, mijn moeder slaat haar mantel om.

Acht uur ‘s morgens, hier in dit vreemde platte wolkenland.
mijn verschoningen zijn op. Het is zover, we gaan. De bloem van
vierhonderd blaadjes leidt ons naar de overkant van de oceaan.

© 2006 Vrouwkje Tuinman